Examenreglement

 

Artikel 1

Het reglement dat ingaat op 10 juni 2021 geldt voor alle kandidaten van de Examencommissie secundair onderwijs. Elke kandidaat die zich inschrijft voor een studierichting, verklaart zich uitdrukkelijk akkoord met het reglement via het kandidatenplatform. 

Artikel 2

Een kandidaat moet elke wijziging aan het examenreglement goedkeuren op het kandidatenplatform.

 

Aanbod

 

Artikel 3

De Examencommissie secundair onderwijs organiseert examens voor het behalen van: 

  • het getuigschrift van de eerste graad secundair onderwijs
  • het getuigschrift van de tweede graad secundair onderwijs
  • het diploma van secundair onderwijs

Het volledige aanbod aan studierichtingen vind je in de rubriek studierichtingen

Artikel 4

Elke studierichting heeft een eigen examenprogramma. Het bevat alle verplichte vakken van de studierichting. 

Artikel 5

Een kandidaat bepaalt zelf in welke volgorde hij de vakken van het examenprogramma afwerkt, tenzij de Examencommissie een vaste volgorde heeft bepaald tussen een of meer vakken uit het examenprogramma. De volgorde staat dan duidelijk beschreven in de vakfiches en op het kandidatenplatform.

Artikel 6

De Examencommissie kan wijzigingen aanbrengen aan de inhoud van een examenprogramma. Ze publiceert het aangepaste examenprogramma ten minste 6 maanden voor het ingaat op het kandidatenplatform en op de website.

 

Vakfiches

 

Artikel 7

Een vakfiche bevat alle info over wat je moet leren voor het vak, welke opdracht je eventueel moet uitvoeren, hoe het examen verloopt, hoe we het examen beoordelen en welk materiaal je kan gebruiken om je voor te bereiden. 

Artikel 8

De Examencommissie kan wijzigingen aanbrengen aan de inhoud (leerdoelen, leerinhouden, opdrachten) van de vakfiche. Ze publiceert de nieuwe vakfiche ten minste 6 maanden voor de ingangsdatum op het kandidatenplatform en de website. Wijzigingen aan de inhoud gaan altijd in op 1 januari van het volgend jaar. 

Wijzigingen over het praktische verloop van het examen kunnen op elk moment worden doorgevoerd. De Examencommissie communiceert hierover via het kandidatenplatform. Het is de verantwoordelijkheid van de kandidaat om de info te raadplegen en de vakfiche te controleren voor het examen. 

Artikel 9

De Examencommissie kan wijzigingen aanbrengen aan de inhoud (leerdoelen, leerinhouden, opdrachten) van de vakfiche. Ze publiceert de nieuwe vakfiche ten minste 6 maanden voor de ingangsdatum op het kandidatenplatform en de website. Wijzigingen aan de inhoud gaan altijd in op 1 januari van het volgende jaar.

Wijzigingen over het praktische verloop van het examen kunnen op elk moment worden doorgevoerd. De Examencommissie communiceert hierover via het kandidatenplatform. Het is de verantwoordelijkheid van de kandidaat om de info te raadplegen en de vakfiche te controleren voor het examen.   
 

Inschrijving

 

Artikel 10

Iedereen kan deelnemen aan de examens van de Examencommissie secundair onderwijs. Leeftijd, nationaliteit of vooropleiding spelen geen rol.

Artikel 11

Een potentiële kandidaat doorloopt de infosessie op de website en registreert zich daarna in het kandidatenplatform met zijn elektronische identiteitskaart of met een andere digitale sleutel. Een kandidaat krijgt tijdens zijn traject bij de Examencommissie alleen met een digitale sleutel toegang toe het kandidatenplatform.

Artikel 12

De registratie in het kandidatenplatform is 2 jaar geldig en gaat in op de dag van de registratie. Heeft de kandidaat na 2 jaar nog geen enkel examen gepland, dan vervalt zijn account.

Artikel 13

Op het kandidatenplatform vervolledigt de kandidaat zijn profiel, laadt hij een recente foto op waarop zijn aangezicht goed herkenbaar is en kiest hij de graad en studierichting waarvoor hij wil inschrijven. Daarna moet hij het examenreglement goedkeuren en het inschrijvingsgeld betalen. Na ontvangst van de betaling is de inschrijving definitief en kan de kandidaat examens plannen.

Artikel 14

Per graad kan een kandidaat zich maar voor 1 studierichting inschrijven.

Artikel 15

Een inschrijving voor een studierichting is onbeperkt geldig in de tijd vanaf het moment dat de kandidaat zich voor minstens 1 examen heeft ingeschreven. Tenzij: 

  • de studierichting verdwijnt uit het aanbod en de Examencommissie een termijn oplegt aan kandidaten waarin het examenprogramma moet afgewerkt zijn
  • de kandidaat zich voor een andere studierichting binnen dezelfde graad inschrijft
  • de kandidaat omwille van een sanctie wordt uitgeschreven uit de studierichting door de Examencommissie

Artikel 16

Het inschrijvingsgeld bedraagt 33 euro per studierichting en per graad. Het wordt geïndexeerd zoals bepaald in artikel 256/4, §1, laatste lid van de codex secundair onderwijs.

Inschrijvingsgeld wordt nooit terugbetaald.

 

Examens

 

Artikel 17

Een kandidaat schrijft zich in voor een examen via het kandidatenplatform op basis van de beschikbare vrije plaatsen.
De Examencommissie kan in bepaalde omstandigheden andere inschrijvingsmodaliteiten bepalen.

Artikel 18

De kandidaat meldt zich aan voor het examen op de juiste datum, plaats en aanvangsuur. Hij meldt zich aan met een geldig identiteitsbewijs. Als hij geen geldig identiteitsbewijs kan voorleggen, mag hij niet deelnemen aan het examen. 

Geldige identiteitsbewijzen zijn:

  • kids-ID voor kandidaten jonger dan 12 jaar
  • elektronische identiteitskaart 
  • elektronisch rijbewijs 
  • buitenlandse identiteitskaart voor landen binnen de EU
  • internationaal paspoort
  • bewijs van verlies identiteitskaart met officiële (droog)stempel op de foto
  • attest van immatriculatie + identiteitskaart van om het even welk land

De Examencommissie kan zowel voor als tijdens het examen de identiteit van een kandidaat controleren. Als een kandidaat zijn identiteitsbewijs niet ter beschikking houdt, dan wordt dit beschouwd als fraude.

Artikel 19

Een kandidaat moet in het kandidatenplatform een recente profielfoto hebben waarop hij duidelijk herkenbaar is. Anders mag hij niet deelnemen aan het examen.

Artikel 20

Een kandidaat die zich te laat aanmeldt voor een examen, mag tot 15 minuten na het aanvangsuur deelnemen aan het examen op voorwaarde dat het organisatorisch haalbaar is. Bij bepaalde praktijkexamens, assessments of mondelinge examens via videogesprek moet de kandidaat op het werkelijke startuur aanwezig zijn. Het staat dan duidelijk vermeld in de vakfiche. 

De kandidaat moet er rekening mee houden dat hij geen extra tijd krijgt om het examen af te leggen. In geval het gaat om een examen met voorbereiding, gaat de tijd de hij te laat is af van zijn voorbereidingstijd.

Artikel 21

De Examencommissie stelt tijdens het examen materiaal zoals een balpen, atlas, rekenapp, woordenboek of formularium ter beschikking in het examencentrum, tenzij in de vakfiche expliciet vermeld staat dat de kandidaat het materiaal zelf moet meebrengen naar het examen.

De kandidaat krijgt ook een of meer kladbladen ter beschikking. Met antwoorden of opmerkingen op de kladbladen wordt in geen enkel geval rekening gehouden.

Artikel 22

Als er tijdens het examen iets misloopt waardoor de kandidaat vindt dat hij het examen niet op een correcte manier heeft kunnen afwerken, dan meldt hij dat onmiddellijk aan de toezichter. De toezichter vult een incidentenformulier in, ondertekent het en laat het ondertekenen door de kandidaat.

Artikel 23

De Examencommissie kan examens opnemen met audio- en videoapparatuur en bewaren als bewijsstuk bij een klacht of beroepsprocedure. 
Ze kan de opnames ook gebruiken om de interne kwaliteitszorg te verbeteren.

Artikel 24

De Examencommissie maakt het resultaat van elk vak in de mate van het mogelijke bekend binnen 30 dagen. De kandidaat kan het resultaat raadplegen via het kandidatenplatform. 

 

Examenbeurten

 

Artikel 25

Een kandidaat mag elk vak uit zijn examenprogramma 3 keer per kalenderjaar afleggen. Een kalenderjaar start op 1 januari en eindigt op 31 december. 

Artikel 26

Als een kandidaat overstapt naar een andere studierichting, waarin eenzelfde vak met een identieke vakfiche voorkomt, dan behoudt hij het aantal beurten dat hij op dat moment nog had. Hij krijgt dus niet automatisch 3 nieuwe beurten.

Artikel 27

Een kandidaat schrijft zich in voor een vak op basis van de beschikbare vrije plaatsen in het kandidatenplatform.

Artikel 28

Een kandidaat kan zich pas inschrijven voor een volgende examenbeurt van een vak als het resultaat van de vorige examenbeurt gepubliceerd is op het kandidatenplatform.

Artikel 29

Een kandidaat kan zich tot 7 dagen voor het examen uitschrijven op het kandidatenplatform zonder de status niet-deelname te krijgen. 

Artikel 30

Een kandidaat krijgt op het kandidatenplatform de status niet-deelname als hij: 

  • niet aanwezig is op het geplande examen
  • zich te laat heeft uitgeschreven voor het examen
  • meer dan 15 minuten te laat is op een examen
  • geen geldig identiteitsbewijs kan voorleggen 
  • om een andere reden niet kan of mag deelnemen aan het examen (bv. als hij geen profielfoto heeft in het kandidatenplatform)

Artikel 31

Een kandidaat kan maximum 4 keer per kalenderjaar de status ‘niet-deelname’ krijgen. Neemt hij een vijfde keer niet deel aan een examen, dan wordt hij 2 maanden geschorst. De gevolgen zijn:     

  • hij wordt uitgeschreven uit de studierichting 
  • hij wordt uitgeschreven voor alle examens die hij gepland had

Als de kandidaat opnieuw wil deelnemen aan examens, moet hij zich weer inschrijven voor een studierichting en opnieuw het inschrijvingsgeld betalen. 

Artikel 32

Als er zich tijdens het examen een onvoorziene situatie voordoet waardoor het examen buiten de wil van de Examencommissie niet kan plaatsvinden of vertraging oploopt, dan stelt de Examencommissie alles in het werk om een oplossing te vinden. De kandidaat wacht tot de Examencommissie een oplossing heeft en hierover gecommuniceerd heeft. Verlaat de kandidaat het lokaal op eigen initiatief voor de oplossing bekend is, dan verliest hij zijn examenbeurt. 

Als de kandidaat tijd verloren heeft door een onvoorziene situatie, dan verlengt de Examencommissie het examen met de duur van het oponthoud.

Artikel 33

Als voor de start van het examen al duidelijk is dat het examen door overmacht niet kan plaatsvinden, dan kan de Examencommissie beslissen om het examen te annuleren. Dat kan zowel gebeuren in het examencentrum als op een externe examenlocatie. 

De Examencommissie communiceert voor het examen via het kandidatenplatform. 

 

Examenresultaten

 

Artikel 34

Een kandidaat is geslaagd als hij 50% heeft behaald op het examen of de indicator geslaagd heeft gekregen.

Artikel 35

De examenresultaten worden afgerond naar een geheel getal volgens de officiële afrondingsregels:

  • resultaat < 0.5: afronden naar lager getal (bv. 62.3%  wordt 62%)
  • resultaat ≥ 0.5: afronden naar hoger getal (bv. 62.5% wordt 63%)

De afronding gebeurt op niveau van de totaalscore van het vak en niet op basis van de onderdelen van een vak. Voorbeeld: het totaal van het vak Frans wordt afgerond, maar niet de scores voor de onderdelen mondeling Frans en schriftelijk Frans.

Artikel 36

Als een kandidaat verschillende keren examen aflegt voor een bepaald vak, dan blijft de hoogste score geldig. 

 

Inzage

 

Artikel 37

Als een kandidaat niet geslaagd is op een examen, kan hij een inzage doen. De inzage vindt plaats in het examencentrum of waar mogelijk online via het kandidatenplatform. 

Artikel 38

Een inzage in het examencentrum moet de kandidaat plannen via het kandidatenplatform. Dat kan tot 30 dagen na de publicatie van het resultaat. 

Als de inzage online verloopt via het kandidatenplatform, dan moet de kandidaat binnen 30 dagen zijn inzage afwerken en zijn eventuele opmerkingen doorgeven.

Artikel 39

Een kandidaat kan slechts 1 inzage krijgen per afgelegd examen. Afwezigheid op een inzage in het examencentrum geldt als deelname aan de inzage.

Artikel 40

Een kandidaat kan enkel een inzage doen voor examens waarvoor hij niet geslaagd is. Hij behaalde dan minder dan 50% of kreeg de indicator niet-geslaagd.  


Artikel 41

Het inzagerecht is een individueel recht. Dat wil zeggen dat enkel de kandidaat zelf met maximum 1 begeleider het examen mag inzien. Ouders of begeleiders kunnen geen inzage krijgen zonder dat de kandidaat zelf aanwezig is.

Artikel 42

Niets uit het examen mag op welke manier dan ook gekopieerd, gefotografeerd of gefilmd worden of meegenomen uit het inzagelokaal. Een kandidaat mag wel persoonlijke notities maken en meenemen naar huis.

Artikel 43

Tijdens de inzage kan de kandidaat opmerkingen formuleren. De Examencommissie bekijkt de opmerkingen en formuleert hierop een antwoord. De kandidaat krijgt een reactie binnen 30 dagen na het indienen van de inzage.

Artikel 44

Nadat de kandidaat een reactie van de Examencommissie op zijn opmerkingen heeft ontvangen, heeft hij 10 werkdagen de tijd om een beroepsprocedure te starten.  

 

Beroepsprocedure

 

Artikel 45

Als een kandidaat vindt dat hij onregelmatig of niet correct beoordeeld werd op een examen of na een inzage, dan kan hij een beroepsprocedure starten bij de Examencommissie. 
Hij dient het beroep in met een aangetekende brief, gericht aan  ‘De beroepscommissie van de Examencommissie, Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel’.  Dat moet gebeuren binnen de veertien kalenderdagen na:

  • ofwel de publicatie van het examenresultaat op het platform 
  • ofwel de ontvangst van het antwoord op de opmerkingen geformuleerd na inzage van het examen

Een laattijdig ingediend beroep wordt onontvankelijk verklaard. De poststempel geldt hiervoor als bewijs.

Artikel 46

Het beroep wordt behandeld door de interne beroepscommissie van de Examencommissie. Deze beroepscommissie bestaat uit leden van het managementteam van de Examencommissie en de vereiste vakspecialist(en).

De beroepscommissie beslist of het beroep ontvankelijk is of niet en bevestigt of herziet op gemotiveerde wijze het examenresultaat. Binnen 30 kalenderdagen na ontvangst van het beroep verstuurt zij het antwoord met een aangetekende brief.

Artikel 47

Tegen de beslissing van de beroepscommissie kan beroep ingediend worden bij de Raad van State, Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel. Dat moet gebeuren binnen 60 kalenderdagen na de betekening van de aangetekende brief van de Examencommissie.
 

 Vrijstellingen

 

Artikel 48

Een kandidaat die zich inschrijft voor de derde graad en in een officiële onderwijsinstelling studiebewijzen heeft behaald, kan via het kandidatenplatform vrijstellingen aanvragen voor een of meer vakken uit een examenprogramma. 

De studiebewijzen, zoals diploma’s en certificaten van officiële onderwijsinstellingen uit België gelden altijd. Andere studiebewijzen zoals een jaarrapport van het laatste leerjaar van de derde graad secundair onderwijs en deelcertificaten van officiële onderwijsinstellingen mogen niet ouder zijn dan zeven jaar. De resultaten die zijn opgenomen in de database van het kandidatenplatform van de Examencommissie (sinds oktober 2012) blijven ook geldig.

Artikel 49

De Examencommissie geeft geen vrijstellingen in de eerste en tweede graad. 

Artikel 50

De Examencommissie brengt de kandidaat  op de hoogte als het aanvraagdossier voor vijstellingen onvolledig is. De kandidaat krijgt maximum 6 maanden de tijd om het aanvraagdossier te vervolledigen. Na deze periode wordt het dossier niet meer behandeld.

Artikel 51

Bij twijfel over de authenticiteit van de stavingstukken kan de Examencommissie altijd vragen om originele documenten voor te leggen of extra stukken in te dienen.  Ze heeft ook  het recht om de betrokken onderwijsinstelling te contacteren of de documenten te verifiëren via de Leer- en Ervaringsbewijzen Databank (LED).

Artikel 52

Als de kandidaat niet akkoord gaat met de beslissing van de vrijstellingscommissie, dan kan hij tot 30 kalenderdagen na het ontvangen van het antwoord nieuwe stavingstukken toevoegen aan het aanvraagdossier. Na deze termijn is de beslissing definitief.
 

Ondersteunende maatregelen

 

Artikel 53

De Examencommissie kan ondersteunende maatregelen toestaan tijdens het examen. Kandidaten kunnen hiervoor via het kandidatenplatform een aanvraag doen met een attest dat motiveert welke ondersteunende maatregelen zijn aangewezen. Als de Examencommissie het attest erkent en de aangevraagde maatregelen toekent, dan kan de kandidaat tijdens het examen gebruik maken van de ondersteunende maatregelen.

Artikel 54

Een kandidaat met de Belgische nationaliteit die langdurig en officieel in het buitenland verblijft kan een aanvraag indienen om een of meer vakken af te leggen vanuit het buitenland.

Digitale examens legt de kandidaat af in het dichtstbijzijnde kantoor van FIT, een ambassade of thuis via het Proctorexam platform. Het proctorexamen kan slechts plaatsvinden als het technisch haalbaar is en de kandidaat op voorhand betaald heeft. De kostprijs van een examen is 25 euro. De kostprijs van een inzage is 10 euro.

Een schriftelijk examen legt de kandidaat af in het dichtstbijzijnde kantoor van FIT of van een ambassade. Het kan zijn dat deze buitenlandse partner kosten aanrekent voor het gebruik van de infrastructuur. De kandidaat moet de kosten betalen.

Mondelinge examens legt de kandidaat af via videogesprek.

Praktijkexamens vinden altijd in België plaats.

De organisatie van een examen in het buitenland is een gunst van de Examencommissie. Zij kan een aanvraag afwijzen omwille van praktische of organisatorische problemen. Zodra de kandidaat terugkeert naar België, legt hij opnieuw examens af in Brussel.

Artikel 55

Als een kandidaat tijdens een examen op afstand op een vorm van fraude wordt betrapt, verliest hij de mogelijkheid om in de toekomst nog examens via proctor of in het buitenland af te leggen. Bovendien gelden de normale sancties in geval van fraude.

Artikel 56

De Examencommissie kan in bijzondere omstandigheden toestaan dat een kandidaat het examen geheel of gedeeltelijk aflegt op een manier die is aangepast aan de specifieke situatie van de kandidaat. Deze afwijkende wijze van examineren is een gunst en bijgevolg niet afdwingbaar.

 

Deliberatieregels

 

Artikel 57

Een kandidaat komt in aanmerking voor het behalen van het getuigschrift of diploma als hij heeft deelgenomen aan alle vakken van een studierichting, met uitzondering van de vakken waarvoor hij vrijstellingen heeft gekregen. 

Artikel 58

Een kandidaat behaalt zijn diploma of getuigschrift als hij voldoet aan de vooropgestelde slaagregels. 

Elke studierichting heeft een examenprogramma dat bestaat uit A -vakken en B-vakken.  Een kandidaat is geslaagd als hij: 

  • voor elk A-vak minstens 50% behaalt of de indicator geslaagd krijgt
  • voor maximum 3 B-vakken minder dan 50 % behaalt
  • voor alle B-vakken samen niet meer buispunten heeft dan het aantal B-vakken. Een vrijstelling geldt niet als een afgelegd vak en telt dus niet mee in het aantal B-vakken.

Artikel 59

Als een kandidaat meer onvoldoendes heeft dan is toegestaan voor de B-vakken, dan kiest hij zelf welk B-vak hij opnieuw aflegt. Hij mag ook verschillende B-vakken opnieuw afleggen. 

Artikel 60

Als een kandidaat een vrijstelling heeft voor een vak, kan hij altijd beslissen om het vak toch af te leggen. Hij behoudt de vrijstelling als hij minder dan 50% heeft voor het vak.

 

Getuigschrift of diploma

 

Artikel 61

De Examencommissie reikt wekelijks getuigschriften en diploma’s uit en stuurt ze aangetekend naar het adres van de kandidaat zoals het geregistreerd staat in het kandidatenplatform.  

Artikel 62

Een getuigschrift of diploma is een uniek document en wordt dus maar 1 keer uitgereikt. 

Bij verlies kan de kandidaat een duplicaat aanvragen via het aanvraagformulier op de website. Duplicaten kunnen aangevraagd worden tot 30 jaar na de uitreikingsdatum van het getuigschrift of diploma. 

Artikel 63

Alle getuigschriften, diploma’s of duplicaten die de Examencommissie uitreikt, zijn erkende studiebewijzen en gelijkwaardig aan studiebewijzen uitgereikt in het regulier onderwijs.  Ze zijn vanaf 1 mei 2012 voorzien van een handtekening van een coördinator of van het afdelingshoofd, een stempel en een droogstempel van de Examencommissie secundair onderwijs.

Artikel 64

De getuigschriften en diploma's worden opgenomen in de LED-databank van de Vlaamse Overheid. 

 

Fraude

 

Artikel 65

De medewerkers van de Examencommissie hebben het recht om identiteitscontroles uit te voeren en bij een vermoeden tot fraude de onregelmatigheden vast te stellen.  Zo kunnen ze  bijvoorbeeld aan een kandidaat vragen om de zakken leeg te maken, oren vrij te maken, een smartphone op te bergen of een horloge af te doen.  
Wie niet meewerkt, mag niet deelnemen aan het examen.  

Artikel 66

Er is sprake van fraude of een onregelmatigheid als een kandidaat het onmogelijk maakt of probeert te maken voor de Examencommissie om voor of tijdens een examen of bij het inleveren van een opdracht een juist oordeel te vormen over zijn competenties of die van medekandidaten.  Deze feiten vallen automatisch onder fraude:

  • spieken
  • antwoorden voorzeggen
  • gebruik van gsm, smartphone, smartwatch, laptop, tablet of pc
  • gebruik van cursusmateriaal of samenvattingen
  • identiteitsfraude of persoonsverwisseling

Artikel 67

Er is sprake van fraude als een kandidaat documenten vervalst, zoals officiële attesten, medische attesten, identiteitsbewijzen, studiebewijzen,...  

Er kan ook sprake zijn van fraude als een kandidaat zich niet houdt aan de regels en de afspraken die gelden voor een online examen.

Artikel 68

De medewerkers van de Examencommissie melden elke onregelmatigheid of vorm van fraude op het secretariaat van het examencentrum. De kandidaat mag het examen verder afleggen. Na het examen wordt er een verslag van de feiten opgesteld. De kandidaat krijgt de kans om een weerwoord te formuleren. Eventueel wordt er nog een foto gemaakt van de vastgestelde feiten of een kopie genomen van de betreffende documenten. De kandidaat en de medewerker van de Examencommissie ondertekenen het verslag voor kennisname. 

Artikel 69

Bij identiteitsfraude of persoonsverwisseling kan de Examencommissie beslissen om de kandidaat niet toe te laten op het examen. Dat kan alleen als de eindverantwoordelijke voor aanvang van het examen zeker is van de fraude. De Examencommissie kan de politie hierbij roepen. 

Artikel 70

De Examencommissie beslist na de vaststelling van de fraude over de gepaste sanctie. Zij houdt daarbij rekening met de omvang van de fraude en de intentie om bedrog te plegen.
Mogelijke sancties zijn de uitsluiting van deelname aan een of meer toekomstige examens, annulering van het resultaat van het afgelegde examen en annulering van de inschrijving.

Artikel 71

De sanctie wordt met een aangetekende brief binnen 15 werkdagen na het vaststellen van de onregelmatigheid bekend gemaakt. Als de kandidaat niet akkoord gaat met de beslissing van de Examencommissie, dan kan hij beroep aantekenen bij de Raad van State binnen zestig kalenderdagen na het versturen van de aangetekende brief vanuit de Examencommissie.  
De kandidaat stuurt dan aangetekend een verzoekschrift naar de Raad van State, Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel.

 

Afspraken

 

Artikel 72

Een kandidaat beheert en wijzigt zijn eigen gegevens op het kandidatenplatform.  De Examencommissie zal de gegevens niet verspreiden aan derden zonder toestemming van de kandidaat.

Artikel 73

De Examencommissie veronderstelt dat elke kandidaat de meldingen die hij ontvangt op het kandidatenplatform tijdig leest en dat hij de inhoud kent. 

Artikel 74

Iedere kandidaat is automatisch verzekerd tegen lichamelijke letsels op de dagen dat hij examens komt afleggen.  De verzekering geldt op weg van huis naar de examenlocatie en terug en tijdens het examen.  

Artikel 75

Wanneer er brandalarm is, volgen de kandidaten de richtlijnen van de examinatoren en begeven ze zich naar de aangewezen verzamelplaats.

Artikel 76

Als er uitzonderlijke omstandigheden gelden zoals bijvoorbeeld tijdens de coronacrisis en er specifieke richtlijnen uitgevaardigd zijn, dan kan het zijn dat de Examencommissie zijn reglement of werkwijze moet aanpassen. De kandidaat is dan ook verplicht om deze nieuwe afspraken te volgen. 

Elke wijziging wordt op voorhand gecommuniceerd via het kandidatenplatform.

Artikel 77

De Examencommissie verwacht dat een kandidaat en zijn begeleiders de medewerkers aanspreken op een beleefde en correcte manier.    

Artikel 78

De kandidaat houdt het lokaal net en laat het in dezelfde opstelling staan zoals hij het aantrof.  

Artikel 79

In de examenlokalen mag de kandidaat geen enkele wijziging aanbrengen aan de configuratie van de computers, tenzij met de toestemming van de examinatoren.

Artikel 80

Het ruilen of verkopen van examenplaatsen is verboden. Dat wordt gelijkgesteld met fraude.

Artikel 81

Het gebruik van een gsm, smartphone, smartwatch, tablet, computer,… is verboden tijdens het examen.  De kandidaat schakelt alle toestellen uit voor hij het examenlokaal binnenkomt.  Een toestel dat aanstaat tijdens het examen, wordt beschouwd als een toestel dat in gebruik is. Dat geldt als fraude. 

Artikel 82

Voor een examen op een externe locatie, gelden de algemene afspraken of het schoolreglement van de school ook voor de kandidaten van de Examencommissie.

Artikel 83

Het is verboden om te eten of te drinken tijdens het examen zonder toestemming via een aanvraag voor ondersteunende maatregelen. 

Artikel 84

Het gebruik van alcoholhoudende dranken, sigaretten of drugs is verboden in de gebouwen waar de examens worden afgenomen.  

Artikel 85

Een kandidaat moet zowel voor, tijdens als na het examen de openbare orde en de richtlijnen in het examencentrum respecteren. Als een kandidaat door zijn gedrag anderen stoort tijdens een examen, dan kan hij uit het examencentrum verwijderd worden. In dat geval krijgt hij geen score op zijn examen.